26 april 2019

Eerste Hulp Bij Sport Ongevallen: hoe pak je dit aan?

Eerste Hulp Bij Sport Ongevallen: hoe pak je dit aan?

Als een wielrenner valt en het is "zonder veel erg" - zoals onze zuiderburen zeggen - kun je vaak zelf je clubgenoot of een toertochtdeelnemer helpen. Snelle en de juiste Eerste Hulp Bij Sportongelukken (EHBSO) geven is dan belangrijk. Maar hoe, wat moet je (niet) doen en hoe pak dit aan? Je kunt onderstaand stappenplan gebruiken om goede en snelle Eerste Hulp Bij Sportongelukken (EHBSO) te geven. 

Het stappenplan bij EHBSO

1. Er vindt een sportongeval plaats. Mensen zien de getroffen sporter liggen.

2. Probeer eerst de situatie te overzien. Bepaal of het veilig is om hierin hulp te verlenen. Maak daarna een inschatting van de ernst van het sportongeval. Bekijk hiervoor de verwonding van de sporter(s). Beoordeel de situatie eerst intuïtief door twee vragen te beantwoorden: 

  • Is de situatie acuut bedreigend voor het leven of de gezondheid van de sporter? Of is er risico op zo’n situatie? Dan heeft hij met spoed deskundige hulp nodig. Alarmeer zo snel mogelijk 1-1-2.
  • Is de situatie niet acuut bedreigend? Vraag jezelf dan af of je de situatie zelfstandig kunt beoordelen en behandelen. Twijfel je hieraan? Ga dan samen naar de (huis)arts of de spoedeisende hulp. Of zorg ervoor dat de sporter hier zelf naar toe gaat.

3. Neem als EHBSO’er de leiding over de situatie en zorg voor een taakverdeling. Bijvoorbeeld: 

  • Taak persoon 1: “Jij belt de ambulance (1-1-2) en daarna kom je terug.”
  • Taak persoon 2: “Jij blijft hier bij mij bij de getroffen sporter.”
  • Taak persoon 3: “Jij zoekt de defibrillator, verbandkoffer, dekens en komt dan terug.”

4. Kun je de situatie zelfstandig goed beoordelen en behandelen? Behandel de verwonding dan op de juiste manier zodat er geen verdere schade ontstaat.

5. Heeft de sporter na jouw behandeling nog deskundige hulp nodig? Ga dan samen naar de (huis)arts of de spoedeisende hulp van een ziekenhuis. Of zorg ervoor dat de sporter hier zelf naar toe gaat.

Bron: NOC*NSF EHBSO zakboekje

Documenten